Competitieopzet

Enkele beschouwingen m.b.t. het concept competitieopzet.
(Discussiestuk voor Districtsvergadering 22-5-2008 te Rucphen)

Kritische opmerkingen vooraf.
Knelpunten 1 tot en met 3 worden niet cijfermatig onderbouwd. Met andere woorden: hoe knellend zijn deze knelpunten? Knelpunt 4 wordt vooral veroorzaakt door de term “4e klasse”. De samenstellers spreken verwachtingen uit maar geven geen onderbouwing van deze verwachtingen. Competitieopbouw geen piramide, maar ook geen toren: zet aantal spelers per klasse onder elkaar en men ziet een eivorm met smalle basis.

Team- en poulegrootte.
Promotieklasse: 8-tallen in poule van 10: houden zo! Argumenten destijds: voorbereiding op KNSB (poules van 10) en er kunnen 2 teams meer meedoen aan het clubkampioenschap NBSB.
1e klasse: bovenstaande argumenten gelden niet; bovendien zouden poules van 10 juist 4 teams ontrekken aan basis. Conclusie: 1e klasse blijft bestaan uit 8-tallen in poules van 8.
2e tot en met 4e (5e) klasse met respectievelijk 6- en 4-tallen is rampzalig voor spelers. Teams, verenigingsverantwoordelijken en verenigingsbeleid.
n hogere klassen 8-tallen, in lagere klassen 6- en 4-tallen is nogal ondemocratisch; bovendien heeft een gewonnen/verloren partij bij een 8-tal een totaal ander gewicht dan bij een 4-tal.
De normale doorstroom in grote verenigingen met veel jeugdspelers wordt totaal verstoord door verschillen in teamgrootte (zie ook: speelgerechtigdheid en ratinggrenzen).
Door wisselende aantallen is teambinding nauwelijks mogelijk.
Waar haalt men al die extra teamcaptains vandaan.
Waar halen de promovendi de twee extra spelers vandaan? En als ze dat lukt, hebben ze geen schijn van kans op promotiebehoud gezien de “moordende” strijd in die hogere klasse. Promovendi zullen bij gebrek aan spelers geen gebruik kunnen maken van hun promotierecht. Wat volgt is een aanfluiting van de promotie/degradatieregeling.
Uit de gedegradeerde teams moeten twee spelers “weggepraat” worden; geen benijdenswaardige opdracht voor de verantwoordelijke (ik spreek uit ervaring). Hier ligt een bron van conflicten die zelfs tot spelersverlies kunnen leiden.
Meer teams zou het onvolledigheidprobleem wel eens kunnen vergroten.

Conclusie ondergetekende: behoud NBSB-competitie zoals die nu bestaat. Dat wil zeggen: promotieklasse met 8-tallen in poule van 10, 1e tot en met de 3e klasse met 8-tallen in poules van 8. Daarnaast een soort kleine competitie of nevencompetitie (vermijd de term “4e klasse”) in 4- of 6-tallen naar behoefte. Stimuleer deelname aan avondcompetitie, zoals bekend een 4-tallen competitie.

Speelgerechtigdheid/ratinggrenzen per klasse.
Lijkt mij een totaal overbodige en ingewikkelde regelgeving om incidenten te vermijden; tast bovendien de soevereiniteit van verenigingen aan.
Brengt een ongelooflijk bureaucratische rompslomp met zich mee voor alle betrokkenen, zowel verenigingen als competitieleider.
Welke waarde hebben ratingcijfers als we een ”underrated” jeugdspeler vergelijken met een “overrated” oude senior?
Waar blijft de individuele vrijheid van de speler die niet zo nodig hoog wil spelen, of zijn plaats af wil staan aan een jeugdspeler?
Wat doen we, na degradatie, met spelers die een te hoge rating hebben als het eerste team al volledig bezet is?
Waar blijft de vrijheid van een vereniging om haar eigen indelingsbeleid uit te voeren?

Er zijn tal van andere indelingscriteria denkbaar naast ratingcijfers. Ik noem enkele voorbeelden: resultaten interne competitie;resultaten externe competitie; toernooiresultaten; bevordering doorstroming jeugd; bijeenhouden jeugdteam ondanks verschillen in rating; hetzelfde geldt voor bijeenhouden “oudteam” of bijeenhouden vriendenteam; twee spelers met hoge rating gaan als spelers/coaches/chauffeurs met zes jeugdspelers de competitie in; persoonlijke antipathieën of sympathieën (schakers zijn ook mensen); enzovoorts ….

Oplossing: laat verenigingen vrij in teamsamenstelling, maar verplicht ze tot teamopgave op naam met verplicht aantal te spelen partijen (ik verwijs hier graag naar het voorstel van César Becx). Bestraf streng, in geld of in (extra?) bordpuntenaftrek het opstellen van invallers met een veel hogere rating (150, 200 punten?) dan het teamgemiddelde.

Onvolledig opkomen.
Bestraffen van dit verschijnsel is een groot probleem in verband met calamiteiten: plotselinge sterfte, plotselinge ziekte, ongeluk of panne op de weg naar verzamelpunt of naar speelzaal, enzovoorts. Veel hangt hier af van verenigingsbeleid en van instelling teamleider. Twee Pion-voorbeelden: seizoen 2007-2008, 46 externe teamwedstrijden waarvan één onvolledig (en daar balen we nog steeds van); ondergetekende 10 jaar teamcaptain van Pion 3/Pion4: 70 wedstrijden waarvan één onvolledig (mea culpa D4, het knaagt nog steeds). Ook hier verwijs ik graag naar de opmerkingen van César Becx.

Oplossing: respecteer enkele sportiviteitsregels: laat bij onvolledigheid laagste bord(en) onbezet en informeer je tegenstander tijdig over onvolledige opkomst, desnoods op vrijdagavond of op zaterdagochtend. Misschien is bestraffing in geld mogelijk in geval van recidive (per team of per vereniging).

Jan Rijkse
Competitieleider SV De Pion
Telefoon: 0165 – 532021

Geef een reactie