Spelregels (2): aanraken zetten

Eén van de eerste regels die we kinderen leren als ze op de schaakclub komen is dat je moet zetten met de pion of het stuk dat je het eerst hebt aangeraakt (aanraken zetten). En als je een pion of een stuk van de tegenstander hebt aangeraakt, dan moet je die pion of dat stuk verplicht slaan (aangeraakt is geschaakt). Dat leidt bij kinderen soms tot welles-nietes spelletjes. In de tijd dat ik arbiter was bij het NK Rapid voor de jeugd was ik gedurende zo’n toernooi heel vaak met dit soort discussies bezig. Het wordt vervelend als ouders of coaches zich er mee gaan bemoeien. Die stuur je dan ook als eerste meteen weg. En als je dan de kinderen alleen hebt, komt meestal de waarheid aan het licht. Kinderen kunnen maar moeilijk jokken is mijn ervaring. Na wat doorvragen valt de dader meestal door de mand. Als de arbiter zelf niets heeft gezien van het incident dan kun je niet toegeven aan de claimende partij.

Een paar dingetjes over de regel zal ik nog even toelichten. Om te beginnen moet je met één hand zetten. Ook als je bijvoorbeeld rokeert. Als je wil rokeren speel je eerst de koning en daarna de toren. Als je eerst de toren aanraakt, dan kan de tegenstander claimen dat je de toren moet zetten en niet mag rokeren, maar dat is wel vreselijk onsportief van die tegenstander. Bij snelschaaktoernooien moet je eens opletten hoe snel de hele goeie speler met één hand kunnen rokeren. Dat gaat echt supersnel. Er wordt ook echt op getraind.

Overigens komt dit aanraken zetten niet alleen voor bij jeugdspelers. Een aantal maanden geleden speelde ik met Eeuwig Schaak mee in een tweekamp tegen RSG en raakte de tegenstander van Ad Bruijns voortdurend allerlei stukken aan zonder dat hij daar mee speelde. Ad zei er niks van, want hij zei dat het van deze speler bekend was dat hij dit deed en dat hij er niets van wilde zeggen omdat zijn tegenstander dan in de war raakt of zo. Laat ik dit zeggen: het is beslist niet onsportief om aanraken zetten te claimen als je tegenstander zich daar schuldig aan maakt! Gewoon claimen en dan leren ze het vanzelf af.

Je mag alleen maar je stukken rechtzetten als je aan zet bent. Als je stukken recht wil zetten, moet je dat eerst aankondigen. Dat kan bijvoorbeeld door j’adoube te zeggen. Toen de spelregels van het schaken voor het eerst werden gepubliceerd was dat in het Frans en deze term stamt nog uit die tijd. Je moet in ieder geval op de een of andere manier zeggen tegen de tegenstander dat je één of meerdere stukken wil rechtzetten, in welke taal dan ook. Sommige spelers voeren dat heel ver door. Er is een IM uit Apeldoorn die werkelijk na elke zet van zijn tegenstander aangeeft dat hij een stuk gaat rechtzetten. Alles moet perfect staan bij hem en elk stofje of pluisje wordt ook op vakkundige wijze verwijderd. Het lijkt me heel irritant voor de tegenstander.

Als je dus meerdere stukken van jezelf aangeraakt hebt, dan moet je zetten met het eerste stuk dat je hebt aangeraakt. Als je meerdere stukken van de tegenstander hebt aangeraakt, dan moet je het stuk slaan dat je als eerste hebt aangeraakt. Tenzij je een onreglementaire zet doet. Dan moet die zet terug en probeer je eerst een reglementaire zet te doen met het aangeraakte stuk. Als dat niet lukt, dan moet je zetten met tweede aangeraakte stuk. Als je met een stuk van jezelf een stuk aanraakt van de tegenstander dan telt dat ook als aanraken.

Intentie

Wat echt belangrijk is, is de intentie van een speler. Als een speler duidelijk per ongeluk een stuk aanraakt van de tegenstander en het absoluut niet zijn intentie was om dat stuk aan te raken, dan telt aanraken zetten niet. Je komt dan uit bij artikel 4.2.2. Deze regel is echt heel belangrijk.

Een voorbeeld van aanraken zetten maakte ik mee bij de Jeugd Olympiade in 2023. De Nederlandse speler Roger Labruyere speelde tegen een Marokkaanse jongen. Het gaat om onderstaande stelling.

Roger (zwart) raakte op zet 9 achtereenvolgens zijn loper op g7 en daarna zijn dame op d8 aan om die recht te zetten en speelde Pd7. De tegenstander van Roger zette de klok stil en eiste dat hij de zet terugnam en ging zetten met zijn loper. Waarop Roger beweerde dat hij wel degelijk j’adoube gezegd had en dat zijn tegenstander dat misschien niet had gehoord. De tegenstander hield voet bij stuk en haalde de Hongaarse arbiter erbij. Die had zelf niets gezien of gehoord maar de coach van de tegenstander van Roger begon zich er mee te bemoeien en beweerde bij hoog en laag dat hij zelf geconstateerd had dat Roger niets gezegd had om aan te geven dat hij stukken recht wilde zetten. Het werd een behoorlijk akkefietje en de arbiter dwong uiteindelijk Roger om met de loper de pion op d4 te slaan, want dat stuk had hij als eerste aangeraakt.

Roger speelde verder, raakte dus een stuk kwijt voor een pion en verloor. Na de partij kwam er een officieel protest van de coach van Roger en moest de beroepscommissie er aan te pas komen maar het protest werd uiteraard afgewezen. Het is niet handig om op twee paarden te wedden: als ik verlies, dien ik een protest in en als ik alsnog win, doe ik dat niet. ‘s-Avonds in het hotel sprak ik de coach van de tegenstander van Roger en die zei dat hij zijn spelers trainde in het claimen van touch move. Dat vind ik toch een beetje bedenkelijk.

De volgende dag moest ik bijspringen bij een wedstrijd van een ander Nederlands team. Een Duitse collega van me vroeg me in te grijpen. Daar deden twee spelers bewust vervelend tegen hun tegenstanders. Ze deden constant hetzelfde en dat was dit: ze deden een zet, drukten de klok in en zetten vervolgens meteen daarna twee of drie stukken van zichzelf recht. Dat mag dus absoluut niet en ik heb ze daar op gewezen. Toen ik ze na de wedstrijd vroeg waarom ze dat deden, was hun antwoord: “Om de tegenstander te irriteren!” Dat zullen ze toch moeten afleren ben ik bang. Ik heb ze het na die ronde overigens al niet meer zien doen.

Geef een reactie