Afsluiting ‘Vlissingen’

En dan moet deze week in Vlissingen natuurlijk ook nog met een uitgebreid verslag afgesloten worden.

Ten eerste, het verhaal van de foto’s… Dat is een verhaal op zich geworden. Zoals eerder hier in mijn verslagen gemeld constateerde ik dat tussen de foto’s van de eerste zes ronden geen enkele foto van Ed of mij te vinden was. Dat ik hiervan in mijn verslagen melding van maakte werd gisteren opgemerkt door mensen van de organisatie van ‘Vlissingen’. Dus gisteren, op vrijdag heeft de toernooi fotografe mij hier ook op aangesproken en heeft zij daarna ook (extra) foto’s gemaakt van zowel Ed als van mij. Dank hiervoor toernooifotografe Tina Rouwendal. De foto van mij is zelfs door René Tiggelman van de organisatie vandaag gebruikt om als foto te plaatsen bij het slotverslag op de website van ‘Schaaksite’. HIer dus… Ik voel me vereerd Renë, en dat had nu ook weer niet gehoeven! Maar het verhaal heeft nu wel een bijzondere twist gekregen dus. En er werd nu ook al door iemand op gereageerd in de zin van “En waar is de foto van Ed dan?”. Van Ed is overigens bij de foto’s van ronde 7 al een foto te vinden gemaakt door Tina (zie hieronder). Dus alleen ik moest echt wachten tot de foto’s van ronde 8. Die foto van Ed uit de zevende ronde is door het formaati overigens niet geschikt als hoofdfoto, dus daarom maar de keuze deze keer voor de foto van mezelf uit ronde 8 als hoofdfoto vandaag.

En dan wat betreft de resultaten in de laatste ronde en de schaaktechnische achtergrond . Er werd door mij en Ed in de laatste ronde verloren… helaas. En sinds mij gisteravond laat duideljik werd dat ik in de laatste ronde een ‘heavy’ tegenstander met een ELO-rating van 2144 als tegenstander had, baalde ik ook al van het idee dat het weer fout zou gaan in de laatste ronde (zie ook het laatste ronde verslag van ‘Gent’). En weer was het geen vanzelfsprekendheid om te verliezen vandaag. Om de kans op een nederlaag zo klein mogelijk te maken was ik tot gisteravond laat nog bezig geweest met de voorbereiding op de partij van vandaag. Omdat mijn tegenstander eigenlijk het hele toernooi op een hoog bord had gespeeld, waren al zijn partijen van de eerste acht ronden terug te vinden op de website van het toernooi. En daarbij viel me op dat hij (weliswaar tegen een sterke grootmeester) met de variant 1. c4 e5 2. Pc3 Lb4 3. Pd5 Le7 met wit verloren had. Uit andere partijen ontdekte ik dat hij eigenlijk al vrijwel zijn hele leven de Engelse opening (1. c4) speelt. De man is overigens van hetzelfde geboortejaar als ik. En in 2001 had hij zich zelfs een keer gekwalificeerd voor de finale van het Nederlands Kampioenschap. Maar daar had hij toen verloren van (inmiddel grootmeester) Jan Werle en wel met de variant: 1. c4 e5 2. Pc3 Lb4 3. Dc2. Dus dat werd het plan… Ook ik zou 2. … Lb4 gaan spelen, maar ja, misschien ging hij tegen mij dan net andere zijvarianten spelen. Dus in de nachtelijke uren, maar ook vanmorgen in de auto op weg naar ‘Vlissingen’ heb ik me op een aantal varianten gestort (terwijl niet ik maar Ed achter het stuur zat natuurlijk).

Zo vannacht bedacht, zo vanmiddag gespeeld (ik met zwart). Er kwam na 1. c4 e5 2. Pc3 Lb4 3. Pd5 Le7 4. d4 exd4 5. Dxd4 Pf6 6. Pxe7 Dxe7 7. Lg5 Pc6 de volgende stelling op het bord.

Nooit eerder heb ik zoiets gespeeld dus… en dat is dan natuurlijk ook het riskante van dit soort ‘maatwerk’ voorbereidingen. Mijn tegenstander speelde hier met wit 8. Dc3 (8. Lxf6 Pxd4 9. Lxe7 Kxe7 10. Td1 Pe6is was denk ik een alternatief geweest). En na 8. Dc3 dacht ik dat ik ineens goed uit de opening kwam. Want ik speelde 8. … Pe4 en na 9. Lxe7 Pxc3 10. La3 dacht ik wel eens even de kwaliteit te gaan winnen door de toren op a1 te gaan winnen. Dat idee blijkt wel interessant te zijn (en tot leuke stellingen te leiden) maar het is niet het beste. Kijk maar eens naar de stelling na 10. … Pd4?! (achteraf zie ik dat 10. … Pe4 beter is) 11. Kd2 Pe4+ 12. Ke3 is het een mooi plaatje.

Ik had vandaag speciaal mijn al tig jaar oude zwarte t-shirt met een print van ‘Jolly Jumper’ aan gedaan (ooit gekrijgen van Marcel Huijser en Ad Bruijns). En ‘Jolly Jumper’ verwijst dan natuurlijk naar mijn voorliefde voor het spelen met paarden. Deze stelling is daar toch een prachtig voorbeeld van. Het lastige is alleen dat er in deze stelling geen weg terug meer lijkt te zijn. Maar achteraf vind ik dat je hier met zwart zelfs 12. … f5 kunt doen en dan na 13. Kxd4 Pxf2 14. g3 Pxh1 15. Ph3 f4 16. Lg2 Pxg3 17. hxg3 fxg3 bijvoorbeeld verder kunt gaan (stelling is lastig te beoordelen met de materiaalverhouding die dan op het bord staat. Maar ik ging in de diagramstelling dus voor de kwaliteit, de toren op a1, en speelde 12. … Pc2+. En na 13. Kxe4 Pxa1 14. Kd3 bedacht ik een listige zet: 14. … d5. Na 15. cxd5 Lf5+ 16. e4 Lg6 kwam mijn tegenstander toen met eigenlijk voor hem de enige foute zet in de partij: 17. g4?.

Mijn gedachte achter de zet 14. … d5 was om snel lang te kunnen rokeren en dan het witte centrum aan te vallen. En met de zet 17. g4 gaf mijn tegenstander daar de gelegenheid voor door hier 17. … 0-0-0 te spelen. Maar… thuisgekomen, bij het invoeren in de computer, zie ik dan ineens wat hiereen verrassend sterk alternatief was geweest, enkel en alleen mogelijk geworden door de zet 17. g4. Zwart kan ik de laatste diagramstelling namelijk verrassend 17. … Pc2 spelen. Dat was dan nog eens een echte ‘Jolly Jumper’ ontsnapping geweest! Het paar had dan niet gepakt kunnen worden omdat na 18. Kxc2 Lxe4+ met torenwinst (de andere toren) was gevolgd. En na bijvoorbeeld 17. … Pc2 18. f4 (18. Lc5 0-0-0!) 18. … Pxa3 19. bxa3 f6 was de zwarte stelling speelbaar geweest. Maar het idee van de paardzet naar c2 heb ik in de partij nooit gezien. Ik ging in de diagramstelling verder met 17. 0-0-0 en na 18. Lg2 Txd5+ 19. Kc3 Td1 dacht ik dat mijn paard in ieder geval voorlopig gered was. Na 20. Pe2 Thd8 (beter is denk ik 20. … Txh1 21. Lxh1 Te8 22. f3 f6) 21. . Txd1 Txd1 22. Lf8 kwam het eerste dieptepunt van de dag.

Wat er hier precies door m’n hoofd ging weet ik niet meer… ik heb naar zetten als 22. … b5 of 22. … a5 zitten kijken (eigenlijk wil je die allebei spelen en dan b4 met zwart spelen. Maar ik kwam op een bepaald moment op het idee om in deze stelling een remise te forceren door een herhaling van zetten. Dan maar remise dacht ik nog. Het idee was 22. … Te1 (valt het paard aan) 23. Kd2 Tb1 (valt de pion op b2 aan 24. Kc3 en dan weer 24. … Te1. Maar dit hele plan is zo lek als een mandje. En het genante was dat ik na 22. … Te1 remise aanbood. Wat door mijn tegenstander terecht meteen werd geweigerd omdat na het toen gespeelde 23. Kd2 Tb1 natuurlijk 24. Lxg7 volgde… pakt de pion op g7 mee en dekt de pion op b2. Enfin, dit leverde dus een zuidesterstorm op in m’n hoofd, want ik realiseerde me toen maar al te goed dat ik nu twee zetten verspild had en dat die twee zetten essentieel waren om de stelling niet te verliezen. Ik probeerde vervolgens nog de draad op te pakken en probeerde nog van alles. Ik geef hier de zetten en laat dan de stelling zien waarin ik op gaf. Er volgde na 24. Lxg7 nog 24. … b5 25. f4 b4 26 f5 b3 27. a3 Pc2 28. fxg6 hxg6 29. Lc3 Pe1 30. Lh3 c5 31. g5+ Kb7 32. Lg4 c4 33. Pc1 Kc6 34. Ld1 Pg2 35. e5 Pf4 36. Lf3+ Kc5 37. Le4 Ta1 38. Pe2 Ph3 39. Ld4+ Kb5 40. Le3 c3+ 41. Pxc3+ Ka6 42. Lg2 Pg1 43. Pd1.

En dit was dus het einde van mijn ‘Jolly Jumper’ op g1. Let er overigens op dat wit inmiddels ook de toren op a1 volledig heeft opgesloten. Dus het was dan ook de hoogste tijd om in deze stelling op te geven… De storm kon gaan liggen. Maar ben ik kansloos geweest tegen iemand met een rating van boven de 2100?! Nee, maar als zo iemand dan een foutje maakt, moet ik het ook afstraffen, en ook vandaag lukte dat niet. En zo eindig ik dan met een score van 4,5 uit 9 ergens in het midden van het deelnemersveld. Wat betreft de Fide-rating (en ook de KNSB-rating) denk ik dat ik wederom iets van 20 ratingpunten kwijt ben geraakt. In twee toernooien dus totaal 40 ratingpunten verloren. En het gekke is, in de zeventien gespeelde partijen in ‘Gent’ en ‘Vlissingen’ heb ik alleen verloren van spelers met ELO-ratings van 2155 (laatste ronde ‘Gent’), 2178 (tweede ronde ‘Vlissingen’) en 2144. (laatste ronde ‘Vlissingen’). Maar ja, ik speel ook teveel remises tegen spelers met een ELO-rating onder de 1800. En dat kost bakken met ELO-punten dus. Oh ja, eerst nog vergeten te vermelden, maar van mijn 9 partijen in ‘Vlissingen’ waren er dus 7 tegen schakers met een ELO-rating van 1815 of lager en 2 partijen waren tegen schakers met een rating van 2144 of hoger. En van het gebied daartussenin (een gebied van ruim 300 ELO-ratingpunten), heb ik niemand als tegenstander gehad. Een typisch ‘jo-jo-effect’ bij een groot Zwitsers toernooi.

Na afloop hebben mijn tegenstander van vandaag en ik in de kantine nog uitgebreid naar onze partij zitten kijken en hij was toch wel verbaasd dat ik was ingegaan op een opening die de man eerder dit toernooi tegen een grootmeester had verloren. Die partij was dus mijn inspiratie voor het spelen van de zwarte opzet tegen de Engelse opening. Hij gaf aan dat hij na die nederlaag nog wel een uur met die grootmeester had zitten analyseren en dat hij dus daardoor waarschijnlijk uitgebreider dan ik naar de openingsopzet had gekeken. Kan zijn, maar al met al denk ik dat mijn stelling na een zet of tien wel degelijk goed speelbaar was. De vrouw van de man had fotograferen als hobby denk ik, en zij heeft tijdens de analyses ook nog wat foto’s gemaakt. En dus ook vanuit die kant zullen er wellicht nog een paar foto’s volgen. En zo is het dus op meerdere manieren goed gekomen met de foto’s :-)!

Toen we klaar waren met de analyses ben ik nog even bij de boekstand die vandaag aanwezig was gaan kijken. Ik had mijn oog laten vallen op een boek wat de nieuwe openingsvarianten die ik met wit in gedachten heb uitgebreid behandelt. En terwijl ik op zoek was naar dat boek, zag ik dat het 12-jarig meisje (mijn tegenstandster van ronde 7) op zoek was naar een boek over de opening waar ik juist na al die jaren afscheid van wil nemen. Toen ik begon met deze opening (ergens in 1995, in Perpignan Frankrijk) omschreef iemand van onze club die daar was de opening als een ‘oude-mannen-opening’. En toch wel bijzonder dat dan zoveel jaar later, in 2026 een meisje van 12 jaar van plan is om net deze opening met wit te gaan spelen. Beieuwd of het haar succes gaat brengen!

En ja, wat is dan het ‘overall’ gevoel na acht dagen ‘Vlissingen’. Dat is toch redelijk positief. Het was een mooi toernooi, toch veel leuke partijen kunnen spelen, een hoop geleerd weer, ook van m’n eigen voorbereidingen en analyses achteraf en het was qua sfeer net als in ‘Gent’ prima. Veel analyses met tegenstanders en andere mensen achteraf. Een goede sfeer in de speelzaal en in de kantine (en de veel te warme dinsdagavond vergeet ik dan maar gewoon). En ook in de auto, op de weg heen en terug was de sfeer prima. Ik hoop dat Ed zijn oren er nog aan zitten, want er is heel wat afgekletst in die acht dagen. Bedankt Ed, want als jij niet van plan was geweest om mee te doen en heen en weer te gaan rijden, dan had ik me waarschijnlijk nooit twee weken geleden ‘last-minute’ aangemeld. Nu konden we mooi ‘om-en-om’ rijden en dat is dan toch wel stukken fijner.

Tot slot nog dank aan alle mensen van Vlissingen: organisatoren Hans Groffen en René Tiggelman, maar natuurlijk ook de vele anderen, ook dank aan de wedstrijdleiding: Angelique, André, Erik en Bart., en natuurlijk ook dank aan de toernooifotografe Tina, en ook dank aan de mensen achter de bar, de mensen van de EHBO (elke dag waren er twee van hen de hele tijd in de speelzaal aanwezig), ja, dank aan iedereen dus, inclusief dank ook aan al mijn tegenstanders :-)! Het was een mooi toernooi, ook op de nieuwe locatie. En voor volgend jaar zijn al betere stoelen geregeld begreep ik in de wandelgangen… dus ‘Vlissingen’ 2027 zie ik misschien ook wel weer zitten!

Eindstand van het toernooi in een afbeelding en te vinden via deze link

Geef een reactie