Voorbereiding

(N.B. de hoofdfoto is een foto van mijn tegenstandster van donderdagavond, Jinchen Zhang, en is wederom gemaakt door de toernooifotografe Tina Rouwendal, met dank ook aan Scheldemond College Schaaktoernooi. De foto is gemaakt bij de uitreiking van de jeugdprijs die Jinchen had gewonnen door haar overwinning in de vierde ronde tegen een speler met een ELO-rating van 1941. De man die de prijs uitreikt is René Tiggelman, maar door het formaat van de foto komt het hoofd van René niet op de foto, excuses René :-), de originele foto staat hier).

Inmiddels de vrijdag begonnen, hond uitgelaten, vóór en achtertuin gesproeid, en tijdens het invoeren van mijn partijtje van gisteravond ook nog ontbeten. En terwijl ik bezig was, kwamen er al What’s App berichtjes van Frans Peeters die de quiz van de hoofdfoto van gisteravond goed had gereden. Dat was inderdaad een foto van Budapest, en het is precies Frans die mij op het idee bracht om het Budapester Gambiet als eenmalig experiment uit te proberen tegen de 12-jarige Jinchen Zhang.

In dit verslag wil ik jullie een inkijkje geven hoe de voorbereiding voor een partij er bij mij soms aan toe gaat. Aan een partij die jeugdspeelster uit Haarlem had gespeeld tijdens het Open NK in Dieren tegen Niek Oostvogels (De Raadsheer) had ik gezien dat ze met wit een Catalaanse opzet speelt (hun partij begon een paar weken geleden met 1. d4 d4 2. Pf3 Pf6 3. c4 e6 4. g3 dxc4 en eindigde in een remise, maar in een duidelijk betere stelling voor wit). Nu vind ik zo’n Catalaanse opzet niet fijn om met zwart tegen te spelen, dus daarvoor iets voorbereiden ging het sowieso niet worden. Maar wat dan? Tja, dat is dus het bijzondere aan dit soort toernooien. Je weet van tevoren tegen wie je moet en je kunt gaan uitzoeken wat een tegenstander speelt. Maar let wel, dat doen mijn tegenstanders ook!. Ik heb al een paar keer te horen gekregen, “ja, maar jij speelt toch altijd de London opening?!”. Lees mijn eerdere verslagen maar, ook dit is een reden waarom ik de afgelopen weken bezig ben geweest met alternatieve openingen. Om de tegenstanders toch een beetje te kunnen verrassen nadat ik ongeveer 40 jaar lang al die London opening heb gespeeld (…). Toen ik aan het bedenken was wat ik dan met zwart tegen Jinchen moest spelen realiseerde ik me ook ineens dat ik al rondlopend in de toernooizaal in een eerdere ronde met wit iets anders had zien spelen… de London opening! Dus die kon ik wellicht ook verwachten. Voor de niet zo ingewijden, wat is dan de London opening? Dat is een opening waarbij wit 1. d4 2 Pf3 3 Lf4 speelt en de volgende 7 zetten nog komt tot een soort standaard opstelling. En ja, voor zwart is het lastig spelen, maar eerlijk is eerlijk, teveel mensen weten tegenwoordig hoe ze hiertegen moeten spelen en dan is het ook voor wit eigenlijk niet meer zo interessant. Maar onderschat de London opening ook weer niet! Ook Magnus Carlsen speelt hem wel eens. En een paar dagen geleden speelde Jorden van Foreest de opening nog tegen Anish Giri in een rapid toernooi in Saint Louis! Hun rapid partijtje staat hier!.

Dus ik liep het risico dat ik tegen mijn eigen oude favoriete opening moest gaan spelen met zwart. Daarvoor moest dus ook iets voorbereid worden… Enfin, ik ken wel wat anti-London systemen en had een opzet uigekozen die bestond uit ongeveer twaalf zetten tegenspel. Wit zou dan rustig aan zijn opzet hebben kunnen werken, maar ik met zwart ook. Dus dat was afgedekt. Maar ja, als ze nu geen London ging spelen, wat dan? Want na 1. d4 d5 was mijn geplande opzet niet mogelijk. Dus ik wilde met 1. d4 Pf6 beginnen om mijn flexibele opzet tegen de London te spelen. Maar dan zou ik dus na 2. c4 nooit meer tot die variant kunnen komen, want dan staat er iets heel anders op het bord. En normaal speel ik helemaal geen 1. … Pf6 tegen 1. d4. En toen herinnerde ik me ineens een vrijdagmiddag met Frans Peeters, al weer een tijdje terug. Samen met hem hebben we toen naar het Budapester Gambiet zitten kijken. Een gambiet, omdat zwart na 1. d4 Pf6 2. c4 verder gaat met 2. … e5. Nu win je die pion bijna altijd wel terug, maar toch heet de opening officieel dus het Budapester Gambiet. De stelling ziet er dan zo uit.

En helemaal speciaal voor een 12-jarig meisje heb ik dus gisteren zitten kijken naar deze opening. Overigens (het voordeel als je zelf veel ouder bent), in het verre verleden heb ik deze opening ook echt wel eens gespeeld, dus de ideeen zijn me wel bekend. En dat verklaart ook dan precies mijn keuze voor zo’n opening tegen een jonge jeugdspeler. Die kent wellicht een aantal zetten er van, maar heeft er vermoedelijk geen praktijervaring mee. En dat soort gedachten maakt dus ook onderdeel van een strijdplan wat wordt uitgedacht tijdens de voorbereiding!

In de diagramstelling kun je met zwart 3. … Pe4 dan wel 3. … Pg4 spelen. Ik had vooraf besloten om 3. … Pg4 te spelen. En daarna heb je met wit twee hoofmogelijkheden. Dat zijn 4. Pf3 dan wel 4. Lf4. Vroeger vond men 4. Pf3 niet zo goed omdat je dan met 4. … Lc5 wit kunt dwingen tot 5. e3 waardoor de loper van c1 opgesloten zit. Maar daarover wordt blijkbaar tegenwoordig anders gedacht. Voor de andere mogelijkheid van wit, 4. Lf4 had ik nog een speciale verrassing voorbereid. Een zetje dat ook Shakhriyar Mamedyarov, een Azerbeidzjaans grootmeester ooit heeft gespeeld: 4. … g5?! En ook dat eigenlijk ook weer om mijn nog jonge tegenstanders van het gebruikelijke pad af te krijgen. Maar enfin, mijn tegenstandster speelde 4. Pf3 en toen speelde ik bijna automatisch 4. … Pc6 en bedacht me ineens… hé…. wat doe ik nu, de hoofdvariant gaat hier gewoon verder met 4. … Lc5, om dus wit te dwingen tot 5. e3. En dan vergeet ik als door een ‘slip of the finger’ eerst die loperzet naar c5 te doen. Maar ja, toen maar even afwachten hoe of Jinchen verder ging. Terwijl zei ook aan het nadenken was, realiseerde ik me dat mijn ‘slip of the finger’ wel eens mee kon vallen, dat het misschien op zetverwisseling aan kwam. De enige afwijking zie ik in 5. Lg5, want dan profiteer je met wit er dus van dat je de loper nog kunt spelen. Maar eerlijk gezegd vind ik dan de zwarte stelling na 5. … Le7 6. Lxe7 Dxe7 7. Pc3 goed speelbaar op ons niveau. Opvallend genoeg ging ze verder met 5. e3 waardoor we dus weer in de hoofvariant terecht hadden kunnen komen als ik alsnog 5. … Lc5 had gedaan. En achteraf gezien had ik dat ook moeten doen, de loper staat beter op c5 dan op b4. Ik speelde namelijk 5. … Lb4+ en na 6. Ld2 a5 7. Pc3 had ik wel spijt van mijn Lb4 idee. Met wits laatste zet heeft wit toch wel een voordeeltje, de zwarte loper staat beter op c5 dus. Na 7. … Pgxe5 8. a3 Lc5 9. Pxe5 stond echter een stelling van de hoofdvariant op het bord met inlassen van zwarts a5 en wits a3. En daarom denk ik dat wits 8. a3 niet nodig was geweest. Maar in deze stelling overkwam me iets raars. Iets waarvan je denkt, vertel dat hier maar niet, maar dat doe ik toch, en ik heb het zelfs tegen Jinchen verteld na afloop bij onze analyse.

Wit heeft dus zojuist mijn paard van e5 geslagen met de zet 9. Pxe5. En omdat ik met zwart veelal stellingen gewend ben met een zwarte pion op e5 dacht ik hier een tijdje dat ze hier een stuk offerde. Een bizarre gedachte ja. Maar ja, ik dacht, ik zie het niet, dus ik speel maar 9. … Pxe5 en toen ze vervolgens 10. f4 speelde dacht ik nog, tja, wat heb je nu eigenlijk voor compensatie voor het stuk, ik speel toch gewoon 10. … Pg6. En ergens toen pas, na een paar minuten nadenken over 10. … Pg6 realiseerde ik me ineens dat ze helemaal geen stuk had geofferd, maar dat ze gewoon paarden had geruild. Eigenlijk niet voor publicatie vatbaar zoiets… maar ja. Vanaf hier sla ik even een paar zetten over en kom ik in een stelling terecht waarbij wit toch een sterke zet miste.

Ik wilde mijn rokade zo lang mogelijk uitstellen, eventueel zelfs nog lang rokeren. Maar wellicht was dat toch niet het beste plan. Want in deze stelling had wit na 14. Pd5! toch wel duidelijk beter gestaan. Eén van de ideeen van wit na bjivoorbeeld 14. … Lxd5 is dan 15. cxd5 gevolgd door een opzet met Dh5 en Lf5 en dat had dan betekent dat bijvoorbeeld 15. … Dd7? 16. Dh5 0-0-0? meteen had verloren na 17. Lf5. Dus eerlijk is eerlijk, na 14. Pd5! staat wit echt duidelijk beter. Maar ik had het geluk dat in de diogramstelling wit verder ging met 14. Pe4. En dat lijkt ook heel sterk maar heeft toch wel nadelen. Ik speelde nu verder met 14. … De7 en hier moet wit toch wel voorzichtig blijven. Ik denk niet dat ze zich dat realiseerde, en dat was dan misschien haar jeugdige overmoed… toch nog een voordeeltje van ouderdom…. Na 15. Pxc5 dxc5 ging ze verder met het enthousiaste 16. Dg4? maar die was echt niet goed. Let op de ongedekte lopers op d3 en d2! Ik antwoordde met het rustige 16. … Td8! en nu ging ze weer terug met de dame naar e2. Let er op dat een zet als 17. Df5 ook geen nut had gehad, omdat er dan zetten als 17. … Lxg2 dan wel meteen 17. … Ph4 voor zwart mogelijk zijn. Na het door haar gespeelde 17. De2 was dit de stelling.

En hier wint zwart direct! Ziet u het ook?! Mijn tegenstandster zag het ook nadat ik 17. … Dd7 had gespeeld. Ziet er uit als een simpel rustig zetje, maar het valt eenvoudigweg de loper van d3 nog een keer aan, en die kan niet goed weg omdat de loper die er achter staat dan verloren gaat. Maar dan zult u denken, dan doe je toch eerst 18. Lxg6 en na 18. … hxg6 ga je gewoon met de andere loper naar c3 (19. Lc3 dus). Maar die variant had ik gezien… en zij ook toen ze aan het nadenken was ove haar achttiende zet. En het zwarte antwoord was dan geweest: 19. … Dh3!! een prachtzet. De dame kan vanwege de penning van de g-pion niet geslagen worden en de damezet blokkeert ook de h-pion zodat zwart op de volgende zet op h2 kan slaan en dat leidt dan tot mat of tot veel materiaalverlies. Zo jong als ze is, dit zag Jinchen ook allemaal en dus gaf ze op nadat ik in de laatste diagramstelling 17. … Dd7 had gespeeld. Eindelijk dus weer voor mij een vol punt!

Bij de analyses blijkt overigens telkens dat ook mijn tegenstanders, hoe jong ze ook zijn, zich bezig houden met de voorbereiding. Jinchen had mijn vele London opening partijen in de databases gezien en wilde eigenlijk daarom zelf ook niet die opening spelen (“want daar zult u wel veel ervaring mee hebben”). En ze had ook mijn zwartpartij uit de tweede ronde gezien, maar dat was toch wel een complexe stelling. Met de Budapaster opening was ze niet zo bekend (en dat was dus ook precies mijn bedoeling). Ze had er wel eens wat van gezien tijdens een training, maar ze had er geen (of niet veel) ervaring mee. Achteraf vertelde ze dat ten ik mijn ‘slip of the finger’ 4. … Pc6 speelde (in plaats van 4. … Lc5) ze dacht dat dat misschien een zijvariantje was wat ik speciaal had voorbereid, en ze wilde niet ingaan op 5. Lg5 omdat dan de zwarte dame op e7 komt en de dreiging Db4+ vond ze in deze opening niet zo fijn voor wit. Dat pakte dus eigenlijk uit als een beetje bluf van hogere ELO en hogere leeftijd. Tijdens het analyseren vroeg ik haar dan ook nog of ze dan clubtraining krijgt of training van een sterke internationaal meester of grootmeester. En jawel hoor, daar viel weer de naam van IM Job Delemarre die online aan de sterke jeugspelers trainingen geeft. Nadat ik eerst na de derde ronde jeugdspeler Jules van Rossem die naam had horen noemen, nu dus dit meisje ook. Jong of oud, ze bereiden zich dus voor!

De voorbereiding voor clubgenoot Ed Verdult hebben we op de heenweg naar Vlissingen gedaan. Ik had Ed als advies gegeven dat hij meer pro actief moest gaan spelen, een plan bedenken, en dat dan ook volgen. En ndat hij zich niet reactief moet gaan opstellen in de partij, afwachten wat de tegenstander doet en je plan daar telkens op aanpassen. Of deze tip het was weet ik niet, maar Ed won gisteravond wel zeer overtuigend. Gelukkig voor hem, want na zijn overwinning in de eerste ronde waren er geen punten meer bijgekomen. Nu staat hij dus op 2 uit 7 en vanavond heeft hij een tegenstander waartegen Ed toch ook kansen moet hebben. Een goede eindspurt kan nog veel goed maken voor hem dit toernooi.

Voor mij vanavond een partij in de achtste ronde tegen een speler (ook) met 4 uit 7, maar een speler die volgens mij lange tijd niet in reguliere competities gespeeld heeft. Moelijk in te schatten dus. Hij is geboren in 1996 en schaakte al toen hij 13 jaar oud was, maar van de laatste jaren is er wat betreft schaakpartijen niks bekend van hem. En dus Is er niks voor mij om voor te bereiden verder vandaag, dat scheelt dan weer tijd. Wel vind ik online overigens dat hij cum laude een academische titel heeft behaald met een thesis met als titel “Rating algorithms and their predictive power in chess”. Het schaken heeft hem dus ook tijdens zijn studie niet losgelaten. Enfin, we gaan het zien vanavond.

(wordt vervolgd)

Geef een reactie